zoo
zelfstandig naamwoord, bijwoord zuːBetekenis
- een verzameling levende, oorspronkelijk wilde dieren die in een vaak parkachtige omgeving in gevangenschap worden gehouden om het publiek de gelegenheid te geven ze te kunnen bekijken
- dierentuin
- dierentuin, , diergaarde
Hoe spreek je zoo uit?
/zu/
Zoo bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| u | boek |
zelfstandig naamwoord — masculine
- verzameling levende, oorspronkelijk wilde dieren die in een vaak parkachtige omgeving in gevangenschap worden gehouden om het publiek de gelegenheid te geven ze te kunnen bekijken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zoos | meervoud |
| zootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zootjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- verouderde spelling of vorm van zo tot 1935/46
Herkomst
zn: via Frans zoo of direct van Engels zoo
Woordfamilie van zoo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zoos | meervoud | zoo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zoo zijn vastgelegd.