zomersproet
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kleine pigmentvlekken op de gelaatshuid die vooral zichtbaar zijn in de zomer
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zomersproeten | meervoud |
| zomersproetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zomersproetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zomer zn en sproet zn
Woordfamilie van zomersproet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zomersproeten | meervoud | zomersproet |
| zomersproetje | verkleinwoord | zomersproet |
| zomersproetjes | verkleinwoord meervoud | zomersproet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zomersproet zijn vastgelegd.