zomerslaap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- periode van inactiviteit in de zomermaanden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zomerslaapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zomerslaapjes | verkleinwoord, meervoud |
| zomerslapen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zomer zn en slaap zn
Woordfamilie van zomerslaap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zomerslaapje | verkleinwoord | zomerslaap |
| zomerslaapjes | verkleinwoord meervoud | zomerslaap |
| zomerslapen | meervoud | zomerslaap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zomerslaap zijn vastgelegd.