zomergroente
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een groentesoort die alleen gedurende een beperkte tijd in de zomer beschikbaar is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zomergroenten | meervoud |
| zomergroentes | meervoud |
| zomergroentetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zomergroentetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zomer en groente
Woordfamilie van zomergroente
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zomergroenten | meervoud | zomergroente |
| zomergroentes | meervoud | zomergroente |
| zomergroentetje | verkleinwoord | zomergroente |
| zomergroentetjes | verkleinwoord meervoud | zomergroente |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zomergroente zijn vastgelegd.