zomercursus
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een cursus die in de zomer wordt aangeboden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zomercursusje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zomercursusjes | verkleinwoord, meervoud |
| zomercursussen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zomer en cursus
Woordfamilie van zomercursus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zomercursusje | verkleinwoord | zomercursus |
| zomercursusjes | verkleinwoord meervoud | zomercursus |
| zomercursussen | meervoud | zomercursus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zomercursus zijn vastgelegd.