zomerbroek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een broek die geschikt is om te dragen als het warm is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zomerbroeken | meervoud |
| zomerbroekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zomerbroekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zomer en broek
Woordfamilie van zomerbroek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zomerbroeken | meervoud | zomerbroek |
| zomerbroekje | verkleinwoord | zomerbroek |
| zomerbroekjes | verkleinwoord meervoud | zomerbroek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zomerbroek zijn vastgelegd.