zomerband
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een autoband die in de zomer gebruikt wordt, een doorsnee gewone gebruiksband.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zomerbanden | meervoud |
| zomerbandje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zomerbandjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zomer en band
Woordfamilie van zomerband
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zomerbanden | meervoud | zomerband |
| zomerbandje | verkleinwoord | zomerband |
| zomerbandjes | verkleinwoord meervoud | zomerband |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zomerband zijn vastgelegd.