zoetwaterplant
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een plant die thuis is in water met een laag zoutgehalte
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zoetwaterplanten | meervoud |
| zoetwaterplantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zoetwaterplantjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zoetwater zn en plant zn
Woordfamilie van zoetwaterplant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zoetwaterplanten | meervoud | zoetwaterplant |
| zoetwaterplantje | verkleinwoord | zoetwaterplant |
| zoetwaterplantjes | verkleinwoord meervoud | zoetwaterplant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zoetwaterplant zijn vastgelegd.