zoetschaaf
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een fijne schaaf bedoeld om een oppervlak glad te maken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zoetschaafje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zoetschaafjes | verkleinwoord, meervoud |
| zoetschaven | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zoet ww en schaaf
Woordfamilie van zoetschaaf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zoetschaafje | verkleinwoord | zoetschaaf |
| zoetschaafjes | verkleinwoord meervoud | zoetschaaf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zoetschaaf zijn vastgelegd.