zoetje
zelfstandig naamwoord ˈzucəBetekenis
- een dosis kunstmatige zoetstof, meest in de vorm van een klein pilletje
Hoe spreek je zoetje uit?
/ˈzucə/
Zoetje bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| u | boek |
| c | tientje |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- alleen verkleinwoord dosis kunstmatige zoetstof, meest in de vorm van een klein pilletje
Woordvorm
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zoet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (zoet) | |
| zoetjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
afgeleid van zoet zn met het achtervoegsel -je