zitzak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zitmeubel in de vorm van een grote zak gevuld met piepschuimen balletjes
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zitzakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zitzakjes | verkleinwoord, meervoud |
| zitzakken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zit ww en zak
Woordfamilie van zitzak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zitzakje | verkleinwoord | zitzak |
| zitzakjes | verkleinwoord meervoud | zitzak |
| zitzakken | meervoud | zitzak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zitzak zijn vastgelegd.