zituur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de tijd dat men vergadert of zitting houdt
- tijdstip waarop een vergadering begint
- de tijdsduur dat men zittend een meubel gebruikt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zituren | meervoud |
| zituurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zituurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zitten ww en uur zn
Woordfamilie van zituur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zituren | meervoud | zituur |
| zituurtje | verkleinwoord | zituur |
| zituurtjes | verkleinwoord meervoud | zituur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zituur zijn vastgelegd.