zijwiel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een van de twee wielen die naast het achterwiel van een fiets gemoteerd kan zijn met name voor kinderen, ouderen en invaliden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zijwielen | meervoud |
| zijwieltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zijwieltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zij zn en wiel zn
Woordfamilie van zijwiel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zijwielen | meervoud | zijwiel |
| zijwieltje | verkleinwoord | zijwiel |
| zijwieltjes | verkleinwoord meervoud | zijwiel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zijwiel zijn vastgelegd.