zijspan
zelfstandig naamwoord /'zɛɪspɑn/Betekenis
- karretje dat naast een motorfiets bevestigd is voor het vervoer van een passagier
Hoe spreek je zijspan uit?
/ˈzɛispɑn/
Zijspan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɛi | trein |
| s | sok |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zijspannen | meervoud |
| zijspannetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zijspannetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zij en span
Woordfamilie van zijspan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zijspannen | meervoud | zijspan |
| zijspannetje | verkleinwoord | zijspan |
| zijspannetjes | verkleinwoord meervoud | zijspan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zijspan zijn vastgelegd.