zijruit
zelfstandig naamwoord ˈzɛirœytBetekenis
- een ruit aan de zijkant van bijvoorbeeld een voertuig
Hoe spreek je zijruit uit?
/ˈzɛirœyt/
Zijruit bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɛi | trein |
| r | rood |
| œy | huis |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- venster aan de zijkant van een voertuig
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zijruiten | meervoud |
| zijruitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zijruitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zij zn en ruit zn
Woordfamilie van zijruit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zijruiten | meervoud | zijruit |
| zijruitje | verkleinwoord | zijruit |
| zijruitjes | verkleinwoord meervoud | zijruit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zijruit zijn vastgelegd.