ziekenhuiskamer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een kamer in een ziekenhuis
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ziekenhuiskamers | meervoud |
| ziekenhuiskamertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ziekenhuiskamertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ziekenhuis en kamer
Woordfamilie van ziekenhuiskamer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ziekenhuiskamers | meervoud | ziekenhuiskamer |
| ziekenhuiskamertje | verkleinwoord | ziekenhuiskamer |
| ziekenhuiskamertjes | verkleinwoord meervoud | ziekenhuiskamer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ziekenhuiskamer zijn vastgelegd.