ziekenhuisdirecteur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de directeur van het ziekenhuis.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ziekenhuisdirecteuren | meervoud |
| ziekenhuisdirecteurs | meervoud |
| ziekenhuisdirecteurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ziekenhuisdirecteurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ziekenhuis zn en directeur zn
Woordfamilie van ziekenhuisdirecteur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ziekenhuisdirecteuren | meervoud | ziekenhuisdirecteur |
| ziekenhuisdirecteurs | meervoud | ziekenhuisdirecteur |
| ziekenhuisdirecteurtje | verkleinwoord | ziekenhuisdirecteur |
| ziekenhuisdirecteurtjes | verkleinwoord meervoud | ziekenhuisdirecteur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ziekenhuisdirecteur zijn vastgelegd.