ziekenhuisapotheker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een apotheker in een ziekenhuis die zorg draagt voor de geneesmiddelverstrekking in een ziekenhuis.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ziekenhuisapothekers | meervoud |
| ziekenhuisapothekertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ziekenhuisapothekertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ziekenhuis en apotheker
Woordfamilie van ziekenhuisapotheker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ziekenhuisapothekers | meervoud | ziekenhuisapotheker |
| ziekenhuisapothekertje | verkleinwoord | ziekenhuisapotheker |
| ziekenhuisapothekertjes | verkleinwoord meervoud | ziekenhuisapotheker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ziekenhuisapotheker zijn vastgelegd.