ziekenfondsbudget
zelfstandig naamwoordBetekenis
- hoeveelheid geld die een ziekenfonds kan besteden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ziekenfondsbudgetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ziekenfondsbudgetjes | verkleinwoord, meervoud |
| ziekenfondsbudgets | meervoud |
| ziekenfondsbudgetten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van ziekenfonds zn en budget zn
Woordfamilie van ziekenfondsbudget
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ziekenfondsbudgetje | verkleinwoord | ziekenfondsbudget |
| ziekenfondsbudgetjes | verkleinwoord meervoud | ziekenfondsbudget |
| ziekenfondsbudgets | meervoud | ziekenfondsbudget |
| ziekenfondsbudgetten | meervoud | ziekenfondsbudget |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ziekenfondsbudget zijn vastgelegd.