zichter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die met de zicht gras maait
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zichters | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van zichten met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van zichter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zichters | meervoud | zichter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zichter zijn vastgelegd.