zetelwinst
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een toename van het zetelaantal van een partij bij (eventuele) verkiezingen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zetelwinsten | meervoud |
| zetelwinstje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zetelwinstjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zetel en winst
Woordfamilie van zetelwinst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zetelwinsten | meervoud | zetelwinst |
| zetelwinstje | verkleinwoord | zetelwinst |
| zetelwinstjes | verkleinwoord meervoud | zetelwinst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zetelwinst zijn vastgelegd.