zestig
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord ˈsɛstəxBetekenis
- '60', het getal tussen negenenvijftig en eenenzestig, zes maal tien
- dat wat in een (rang)ordening met 60 is aangeduid
- groep van 60 eenheden
Hoe spreek je zestig uit?
/ˈsɛstəx/
Zestig bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ə | de |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
hoofdtelwoord
- "60", het getal tussen negenenvijftig en eenenzestig, zes maal tien
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 111100 | |
| 3C | |
| 60 | |
| LX |
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands sestich van Oudnederlands sestig, als telwoord voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100; afgeleid van zes ht met het achtervoegsel -tig
Woordfamilie van zestig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zestigje | woordvorm | zestig |
| zestigjes | meervoud | zestig |
| zestigs | meervoud | zestig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zestig zijn vastgelegd.