zelfverwijt
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een verwijt gericht op zichzelf.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelfverwijten | meervoud |
| zelfverwijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zelfverwijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zelf en verwijt
Woordfamilie van zelfverwijt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelfverwijten | meervoud | zelfverwijt |
| zelfverwijtje | verkleinwoord | zelfverwijt |
| zelfverwijtjes | verkleinwoord meervoud | zelfverwijt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelfverwijt zijn vastgelegd.