zelfverheerlijking
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het roemen op eigen daden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelfverheerlijkingen | meervoud |
| zelfverheerlijkingetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zelfverheerlijkingetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zelf zn en verheerlijking zn
Woordfamilie van zelfverheerlijking
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelfverheerlijkingen | meervoud | zelfverheerlijking |
| zelfverheerlijkingetje | verkleinwoord | zelfverheerlijking |
| zelfverheerlijkingetjes | verkleinwoord meervoud | zelfverheerlijking |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelfverheerlijking zijn vastgelegd.