zelfverblinding
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het niet kunnen of willen zien van de eigen fouten en beperkingen; het te sterk geloven in het eigen gelijk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelfverblindingen | meervoud |
| zelfverblindinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zelfverblindinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zelf zn en verblinding zn
Woordfamilie van zelfverblinding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelfverblindingen | meervoud | zelfverblinding |
| zelfverblindinkje | verkleinwoord | zelfverblinding |
| zelfverblindinkjes | verkleinwoord meervoud | zelfverblinding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelfverblinding zijn vastgelegd.