zelftest
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een test waarmee men zonder tussenkomst van iemand anders kan onderzoeken of men aan een ziekte lijdt
- een test waarmee men zonder tussenkomst van iemand anders iets kan onderzoeken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelftesten | meervoud |
| zelftestje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zelftestjes | verkleinwoord, meervoud |
| zelftests | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zelf zn en test zn
Woordfamilie van zelftest
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelftesten | meervoud | zelftest |
| zelftestje | verkleinwoord | zelftest |
| zelftestjes | verkleinwoord meervoud | zelftest |
| zelftests | meervoud | zelftest |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelftest zijn vastgelegd.