zelfscholing
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zichzelf iets aanleren; zichzelf opleiden in een bepaald gebied, vak of beroep
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelfscholingen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zelf zn en scholing zn
Woordfamilie van zelfscholing
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelfscholingen | meervoud | zelfscholing |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelfscholing zijn vastgelegd.