autodidact
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die op eigen houtje allerlei kennis vergaart
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| autodidacten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘iem. die kennis heeft door eigen studie’ voor het eerst aangetroffen in 1850
Woordfamilie van autodidact
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| autodidacten | meervoud | autodidact |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van autodidact zijn vastgelegd.