zelfklever
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een plakker met een zelfklevende laag
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelfklevers | meervoud |
| zelfklevertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zelfklevertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zelf en klever
Woordfamilie van zelfklever
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelfklevers | meervoud | zelfklever |
| zelfklevertje | verkleinwoord | zelfklever |
| zelfklevertjes | verkleinwoord meervoud | zelfklever |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelfklever zijn vastgelegd.