zelfhulpgroep
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bijeenkomst van mensen die elkaar leren om problemen te verhelpen of verzachten zonder tussenkomst van een professionele hulpverlener
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelfhulpgroepen | meervoud |
| zelfhulpgroepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zelfhulpgroepjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zelfhulp en groep
Woordfamilie van zelfhulpgroep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelfhulpgroepen | meervoud | zelfhulpgroep |
| zelfhulpgroepje | verkleinwoord | zelfhulpgroep |
| zelfhulpgroepjes | verkleinwoord meervoud | zelfhulpgroep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelfhulpgroep zijn vastgelegd.