zeispreuk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een apologisch gezegde met zelfspot, vaak in de vorm van een bekend gezegde met een ironische toevoeging waarin het woord zei voorkomt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zeispreuken | meervoud |
| zeispreukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zeispreukjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zei ww en spreuk
Woordfamilie van zeispreuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zeispreuken | meervoud | zeispreuk |
| zeispreukje | verkleinwoord | zeispreuk |
| zeispreukjes | verkleinwoord meervoud | zeispreuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zeispreuk zijn vastgelegd.