zeildoek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een grof, stevig weefsel waarvan zeilen gemaakt worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zeildoeken | meervoud |
| zeildoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zeildoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zeil en doek
Woordfamilie van zeildoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zeildoeken | meervoud | zeildoek |
| zeildoekje | verkleinwoord | zeildoek |
| zeildoekjes | verkleinwoord meervoud | zeildoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zeildoek zijn vastgelegd.