zegsman
zelfstandig naamwoordBetekenis
- persoon die in naam van een organisatie of een persoon het woord voert
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zegslieden | meervoud |
| zegslui | meervoud |
| zegsmannen | meervoud |
| zegsmannetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zegsmannetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘bron van informatie’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1654
Woordfamilie van zegsman
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zegslieden | meervoud | zegsman |
| zegslui | meervoud | zegsman |
| zegsmannen | meervoud | zegsman |
| zegsmannetje | verkleinwoord | zegsman |
| zegsmannetjes | verkleinwoord meervoud | zegsman |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zegsman zijn vastgelegd.