zegeboog
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een boog opgericht om de zege te vieren.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zegebogen | meervoud |
| zegeboogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zegeboogjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zege zn en boog zn
Woordfamilie van zegeboog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zegebogen | meervoud | zegeboog |
| zegeboogje | verkleinwoord | zegeboog |
| zegeboogjes | verkleinwoord meervoud | zegeboog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zegeboog zijn vastgelegd.