zeester
zelfstandig naamwoord ˈzestɛrBetekenis
- een schijfvormig stekelhuidig diertje met 5 armen, leeft in de zee en eet vooral schaaldieren
Hoe spreek je zeester uit?
/ˈzestɛr/
Zeester bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| e | veel |
| s | sok |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor schijfvormige zeedieren met vijf armen uit de klasse Asteroidea die vooral schaaldieren eten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zeesterren | meervoud |
| zeesterretje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zeesterretjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zee zn en ster zn , vanwege de habitat en de vorm
Woordfamilie van zeester
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zeesterretje | verkleinwoord | zeester |
| zeesterretjes | verkleinwoord meervoud | zeester |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zeester zijn vastgelegd.