zeeschelp
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het uitwendig skelet van zeeweekdieren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zeeschelpen | meervoud |
| zeeschelpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zeeschelpjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zee en schelp
Woordfamilie van zeeschelp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zeeschelpen | meervoud | zeeschelp |
| zeeschelpje | verkleinwoord | zeeschelp |
| zeeschelpjes | verkleinwoord meervoud | zeeschelp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zeeschelp zijn vastgelegd.