zeehondenvirus
zelfstandig naamwoord ˈzehɔndə(n)ˌvirʏsBetekenis
- een virale ziektekiem die met name zeehonden treft
Hoe spreek je zeehondenvirus uit?
/ˈzehɔndənˌvirʏs/
Zeehondenvirus bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| e | veel |
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| v | vis |
| i | riet |
| r | rood |
| ʏ | put |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- ziekteverwekker die met name zeehonden treft, Phocine morbillivirus
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zeehondenvirussen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zeehond zn en virus zn met het invoegsel -en- , omdat het zeehonden ziek maakt
Woordfamilie van zeehondenvirus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zeehondenvirussen | meervoud | zeehondenvirus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zeehondenvirus zijn vastgelegd.