zee-egel
zelfstandig naamwoord ˈzeʔeɣəlBetekenis
- een op de zeebodem levend bol-, hart- of schijfvormig stekelig ongewerveld diertje dat behoort tot het fylum stekelhuidigen (Echinodermata)
Hoe spreek je zee-egel uit?
/ˈzeexəl/
Zee-egel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| e | veel |
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- op de zeebodem levend bol-, hart- of schijfvormig stekelig ongewerveld diertje dat behoort tot het fylum stekelhuidigen (Echinodermata)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zee-egels | meervoud |
| zee-egeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zee-egeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zee en egel
Woordfamilie van zee-egel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zee-egeltje | verkleinwoord | zee-egel |
| zee-egeltjes | verkleinwoord meervoud | zee-egel |
| zeeëgel | masculine | zee-egel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zee-egel zijn vastgelegd.