zedenschandaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- beroering omtrent inbreuk tegen de goede zeden, gewoonlijk door een aanzienlijk persoon
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zedenschandaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zedenschandaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| zedenschandalen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zede en schandaal met het invoegsel -n-
Woordfamilie van zedenschandaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zedenschandaaltje | verkleinwoord | zedenschandaal |
| zedenschandaaltjes | verkleinwoord meervoud | zedenschandaal |
| zedenschandalen | meervoud | zedenschandaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zedenschandaal zijn vastgelegd.