zanik
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die hinderlijk ergens over blijft klagen.
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zaniken
- gebiedende wijs van zaniken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zaniken
Vervoeging van zanik
zanikhele werkwoord