zangpedagoog
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een onderwijzer in het zingen.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zangpedagogen | meervoud |
| zangpedagoogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zangpedagoogjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zang en pedagoog
Woordfamilie van zangpedagoog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zangpedagogen | meervoud | zangpedagoog |
| zangpedagoogje | verkleinwoord | zangpedagoog |
| zangpedagoogjes | verkleinwoord meervoud | zangpedagoog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zangpedagoog zijn vastgelegd.