zandstrook
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de meestal verbrede eerste gangplank naast de kiel
- een deel van een parcour dat over zand voert
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zandstroken | meervoud |
| zandstrookje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zandstrookjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zand en strook
Woordfamilie van zandstrook
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zandstroken | meervoud | zandstrook |
| zandstrookje | verkleinwoord | zandstrook |
| zandstrookjes | verkleinwoord meervoud | zandstrook |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zandstrook zijn vastgelegd.