zandloper
zelfstandig naamwoord ˈzɑntlopərBetekenis
- toestel waarmee de tijd wordt gemeten door zand uit het bovenste reservoir via een smalle doorgang naar het onderste reservoir te laten lopen
Hoe spreek je zandloper uit?
/ˈzɑntlopər/
Zandloper bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| l | land |
| o | boot |
| p | pak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zandlopers | meervoud |
| zandlopertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zandlopertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstellende afleiding van zand en de stam van lopen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van zandloper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zandlopertje | verkleinwoord | zandloper |
| zandlopertjes | verkleinwoord meervoud | zandloper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zandloper zijn vastgelegd.