zalm
zelfstandig naamwoord ˈzɑlᵊmBetekenis
- een verzamelnaam voor een aantal vissoorten van de Salmonidae-familie
- een zachtrode kleur, die van zalmen
Hoe spreek je zalm uit?
/ˈzɑləm/
Zalm bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɑ | bad |
| l | land |
| ə | de |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor een aantal vissoorten uit de familie Salmonidae (zalmen)
- spierweefsel afkomstig van vissoorten uit de familie Salmonidae
- zachtrode kleur, als die van zalmen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zalmen | meervoud |
| zalmpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zalmpjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands salm van Latijn salmo, in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1270
Woordfamilie van zalm
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zalmpje | verkleinwoord | zalm |
| zalmpjes | verkleinwoord meervoud | zalm |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zalm zijn vastgelegd.