zaligheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een toestand waarin men gerechtvaardigd is tegenover God
- overdrachtelijk iets geweldig fijns
zelfstandig naamwoord
- iets geweldig fijns figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaligheden | enkelvoud |
| zaligheidje | verkleinwoord, tweede persoon |
| zaligheidjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
afgeleid van zalig met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van zaligheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaligheden | enkelvoud | zaligheid |
| zaligheidje | verkleinwoord, 2e persoon | zaligheid |
| zaligheidjes | verkleinwoord | zaligheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaligheid zijn vastgelegd.