zakenhotel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een hotel dat zich vooral richt op een publiek van zakenlieden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zakenhotelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zakenhotelletjes | verkleinwoord, meervoud |
| zakenhotels | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaken en hotel
Woordfamilie van zakenhotel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zakenhotelletje | verkleinwoord | zakenhotel |
| zakenhotelletjes | verkleinwoord meervoud | zakenhotel |
| zakenhotels | meervoud | zakenhotel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zakenhotel zijn vastgelegd.