zakduit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vrij kleine hoeveelheid geld, bedoeld op zak te hebben voor kleine uitgaven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zakduiten | meervoud |
| zakduitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zakduitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zak en duit
Woordfamilie van zakduit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zakduiten | meervoud | zakduit |
| zakduitje | verkleinwoord | zakduit |
| zakduitjes | verkleinwoord meervoud | zakduit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zakduit zijn vastgelegd.