zakbreuk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vorm van liesbreuk waarbij de inhoud van de buikholte afdaalt tot in het scrotum
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zakbreuken | meervoud |
| zakbreukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zakbreukjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zak ww en breuk
Woordfamilie van zakbreuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zakbreuken | meervoud | zakbreuk |
| zakbreukje | verkleinwoord | zakbreuk |
| zakbreukjes | verkleinwoord meervoud | zakbreuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zakbreuk zijn vastgelegd.