zabberdoek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een doek om op te knoeien
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zabberdoeken | meervoud |
| zabberdoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zabberdoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zabber ww en doek
Woordfamilie van zabberdoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zabberdoeken | meervoud | zabberdoek |
| zabberdoekje | verkleinwoord | zabberdoek |
| zabberdoekjes | verkleinwoord meervoud | zabberdoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zabberdoek zijn vastgelegd.