zaalsport
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een in een zaal beoefende sport
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaalsporten | meervoud |
| zaalsportje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zaalsportjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaal en sport
Woordfamilie van zaalsport
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaalsporten | meervoud | zaalsport |
| zaalsportje | verkleinwoord | zaalsport |
| zaalsportjes | verkleinwoord meervoud | zaalsport |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaalsport zijn vastgelegd.